IC Teasers

 


Teaser 1: Esra

Esra zit in haar kamer. De deur heeft ze goed gebarricadeerd met haar bed en andere zware voorwerpen die ze zelf kon schuiven. Als hij naar binnen wil, zal ze het op tijd weten. Hoopt ze… Voor haar staan de blokken van haar jongere broertje, netjes opgestapeld in vijf stapels die bijna tot aan het plafond reiken.
Stom… dit gaat echt nooit werken”, denkt ze. Maar ze heeft geen andere opties meer.
a
Al haar hele leven wordt ze geteisterd door dromen. Dromen van dingen die waren, die zouden kunnen zijn en zelfs dingen die gaan worden. Diezelfde verdomde dromen maakten haar en haar familie een doelwit voor de volgelingen van Haar! Haar ouders en broertje had Zij al te pakken gekregen, maar haar… Nooit! Niet als het aan haar ligt!
a
Ze kijkt nog eens naar de vijf stapels met blokken die ze gemaakt had. Ze had ooit zoiets gezien in één van haar dromen. Vijf grote pilaren en allerlei wezens die zich daar verzamelden om te vragen om hulp. Ze had de dromen goed bestudeerd. In grote groepen kwamen zij naar die pilaren om grootse rituelen uit te voeren; iedere groep op hun eigen manier. Sommige personen, in bont en leer gekleed, brachten grote totempalen met zich mee en vertelden de mooiste verhalen. Ze zag ook wezens in blauwe kleding, die met hun heldere blauwe doeken de grond in water leken te veranderen. Weer een andere groep, compleet in het zwart en met grote kappen over hun hoofd, droegen een doodskist naar het middelpunt van de vijf pilaren. Weer anderen brachten vele kaarsen, waaiers en soms waren er zelfs personen die vuur spuugden! Allemaal groeperingen die, ondanks dat ze hun eigen manieren en rituelen hadden, toch hetzelfde doel leken te hebben. Hulp vragen van een krachtig wezen om hen te helpen tegen het grote kwaad. Wat dat dan ook mogen zijn. En altijd kregen zij de hulp waar ze om vroegen.
a
Veel meer dan dit weet ze niet over die rituelen, maar één ding weet ze zeker… Ze heeft NU hulp nodig, en dit is haar laatste kans. De zware voetstappen op de verdieping onder haar doen haar nekharen overeind staan. “Het is nu of nooit”, zegt ze zachtjes tegen zichzelf terwijl ze de vijfhoek van blokkentorens in stapt. Niemand kan haar hier zien, maar toch vindt ze het een beetje spannend. Ze besluit om inspiratie te halen uit de rituelen die ze zag. Met trillende handen zet ze een kommetje neer en steekt voorzichtig de houtschilfers aan die ze van haar stoel had geschraapt. “Ik ga nu een verhaal vertellen”, zegt ze hardop. “Mijn naam is Esra, en ik heb hulp nodig! Al mijn hele leven lang heb ik dromen. Nare dromen. Altijd waren mijn ouders er om mij te troosten als ik zo’n droom had. Maar nu zijn ze er niet meer. Alleen maar omdat ik van die stomme dromen heb en omdat die feeks mij daarom gevangen wil nemen. Waarom weet ik ook niet.”
a
De zware voetstappen komen steeds dichterbij. Eerst de trap op en daarna de gang in richting Esra’s kamer. “Alstublieft help mij, zoals u ook die wezens hielp bij die grote pilaren. Het spijt me dat deze zo klein zijn en dat ik niet echt vuur kan spugen. Maar dit is alles wat ik nu heb.” De voetstappen stoppen bij de deur en Esra hoort de eerste knal van een wapen dat tegen de deur ramt. Esra besluit in haar wanhoop om alles te doen wat ze zich kan herinneren. Wapperen met doeken, maar dat zorgt er alleen maar voor dat er flink wat rook omhoog komt uit de kom met vuur. “Bloed!” denkt ze, en ze snijdt zichzelf in haar hand zoals ze een groep boze mannen wel eens had zien doen. Maar zelfs dat lijkt niet te helpen.
a
De klappen tegen de barricade worden steeds luider en heftiger, totdat de laatste kast in splinters uiteenvliegt. In de opening die achterblijft staat een grote man, de Schout, weet ze. Ze herkent hem uit haar laatste droom. Metalen pantser bedekt zijn gehele lichaam en hier en daar steken er ijzeren punten uit zijn rug en schouders. Met een gemene grijns stapt hij op Esra af. “Zo, jij bent de laatste. Als ik jou naar Haar breng, zal ze mij zeker belonen”, zegt hij terwijl hij haar stevig in haar nek pakt. Esra voelt de pijn door haar hele lichaam schieten. Terwijl de Schout zich omdraait naar de deur, kijkt Esra nog één keer achterom. Bijna de hele kamer is gevuld met rook, met in het midden een gezicht dat op die van haar moeder lijkt. “Help me, alsjeblieft?” fluistert ze zacht terwijl de tranen over haar wangen rollen.
a
Nog voor de Schout de kamer uit kan lopen, grijpt een grote vuist hem bij zijn benen en trekt hem de rook in. In zijn schrik laat hij Esra los. Snel rent ze naar de deur. Als ze achter zich kijkt ziet ze hoe de grote vuist de Schout stevig vast heeft. “Bedankt!” roept ze en rent snel richting haar vrijheid.
Hoopt ze…
Vrijgave: 29-06 

Teaser 2:  ‘Zij’ 

Esra rent zo ver als haar benen haar nog kunnen dragen, haar brandende huis ver achter zich. Haar plan was wonder boven wonder gelukt en ze wist te ontsnappen van de Schout. In de verte hoort ze nog het geschreeuw en gekletter van wapens. Ongetwijfeld dat de soldaten van die trut nog steeds naar haar zochten en al die onschuldige dorpelingen waren daar de dupe van. Was dit het wel waard? Haar leven in ruil voor dat van al die anderen? Wat maakt haar leven nou zo veel belangrijker dan dat van hen? “Ik wil niet meer rennen”, fluistert ze en draait zich om, klaar om haar grootste angst te overwinnen.
a
Esra wil haar eerste stap richting het dorp zetten, maar het lukt haar niet. Verstijft van angst staart ze het wezen aan dat voor haar staat. Een koude hand sluit zich om haar keel en ze voelt hoe de lange zwarte nagels haar huid breken en zich diep in haar vlees boren. Ze had niet verwacht Haar nu al tegen het lijf te lopen en haar hoofd vult zich met angst, woede en vooral haat. Diepe haat voor Haar, maar vooral voor die lach.
a
Altijd die verschrikkelijke lach die je tot diep in je ziel raakt.  
a
a
Vrijgave: 13-07 

a
a
Teaser 3:  De gelovigen 
Het was enkel goede intentie, alleen hij kon creatie redden…
a
De vortexianen waren gebroken, enkele dagen van te voren hadden ze moeten vluchten van de Vortex. De plek die zoveel generaties het centrum van creatie was geweest, opgegeten door de void. In hun vlucht werden ze opgevangen door de meest opmerkelijke redder in dit verhaal, de lich Ich’lindax. Onbekend voor velen was hij bezig met een plan om met de pentagonsteen van tijd te redden wat er te redden viel van de plek die voor zovelen zo dierbaar was geworden. Bijzonder om te zien dat de historie zich altijd blijft herhalen…
a
Niet enkel de vortexianen zelf waren gebroken, maar ook hun geloof, hun geloof dat betere tijden zouden komen. In deze donkere dagen vervielen zij steeds vaker tot de gedachte dat men wel zonder de goden konden, dat de structuur die Zij hun brachten enkel schadend was voor de plek die zij allen hun thuis noemden.
a
Het was daar, waar de meesters en gelovigen hun woord uitspraken dat zij voortaan zelf de teugels in handen zouden nemen. Opgezweept door de menigte die zich rondom het altaar der goden verzamelden spraken steeds meer stervelingen zich uit. “De tijd van de goden is voorbij! We doen het vanaf nu zelf! Wij hebben geen vertrouwen meer in jullie!
a
Niet lang daarna verscheen de eerste barst in het ooit zo pure altaar, vanuit deze eerste barst begonnen allerlei scheuren te ontstaan, daar waar ze de grond raakte spleet deze gedeeltelijk open. Priesters van alle geloven werden overspoeld door een gevoel wat zij nog niet eerder hadden meegemaakt. Voor dat ene moment in tijd voelde zij de wanhoop, het ongeloof, de pure haat, de grootste liefde, en de onzekerheid die de goden op dat moment voelden. Enkele momenten later voelde de priesters hun krachten weg vloeien van deze plek. Het lot was bezegeld, vanaf nu zouden de werelden van de stervelingen en de goden elkaar niet meer kruisen.
a
De teugels lagen er om opgepakt te worden, maar de grote woorden werden niet vergezeld door grote daden, de vortexianen waren namelijk nog steeds gebroken. Wie de teugels toen wel hebben opgepakt?… Dat is een verhaal voor een andere keer!
a
Daar zaten zij, allen Negen tegenover elkaar. Hier moest een antwoord op komen, eensgezind vanuit Allen! Allen waren zij geraakt, zij waren zwakker gemaakt door het eensgezinde woord van de stervelingen. De precieze gesprekken zijn nooit tot aan mijn oor gekomen, maar al snel werd het duidelijk dat de Negen niet verenigd waren. Er waren zij die vonden dat ze de eis van de stervelingen moesten accepteren, dat de goden inderdaad een andere plek moesten innemen. Aan de andere kant ontstond er de wil om juist NÚ de stervelingen te helpen terwijl zij op hun zwakst waren. Dat moment, wat in tijd niet te bevatten is, gingen zij uit elkaar, in ruzie.. enkel nog verbonden door de verbondenheid van hun tronen.
a
En zo was het antwoord van de Negen een stilte, een leegte die niet op te vullen was, behalve door tijd…
a
Tijden gingen er voorbij, waarbij het goddelijke en het sterfelijke niet met elkaar communiceerden. Maar diep van binnen, wist ieder die dit bekeek, dat hun paden in de toekomst zouden kruisen. Te vaak zijn zij op elkaar aangewezen. Vaak dachten zij beidden nog terug aan het moment dat dat pure altaar er nog stond, een tijd dat de wereld nog simpeler leek. Een gedachte werd hoop, hoop werd een wens, en uit die wens ontstond nieuwe ruimte… En ruimte binnen deze creatie wordt nooit lang onbenut gelaten…
a
Twee canvassen, twee pilaren, twee onbeschreven boeken, namen hun plek in. Als twee energiestromen waren zij met elkaar vervlochten, in een schijnbare eeuwige dans van uitersten.
a
Zouden de vortexianen dit keer wél de teugels op durven te pakken?
Vrijgave: 28-07 

a
a
Teaser 4:  Een belangrijke taak! 
Fluere was een simpele waterelementaal, dat wist het zelf ook wel! Niet dat de andere elementalen, in al hun wijsheid en welbespraakheid, veel ruimte overlieten om dat ooit te vergeten of uit het oog te verliezen. Fluere was anders, altijd al geweest, altijd al de langzaamste en de laatste die de grap snapte. Nee, Fluere was niet zoals de elementalen van orkanen die steden aan stukken konden scheuren, of van de grote gletsjers die eindeloze geheimen verborgen hielden in hun bevroren lichamen.
a
De stille en kalme Fluere was als het getij van de zee; langzaam, gestaag en vooral voorspelbaar. Was dat het misschien wat de oude Prins van water in Fluere gezien had? Waarom de prins Fluere verantwoordelijk gemaakt had voor het reguleren van de stroming van de energie op de elementaire wereld van water? Niet dat het er toe deed; laat de andere elementaire wezens het grootse opvallende werk maar doen, Fluere was tevreden met de taak en plaats in de wereld. Het was zwaar werk, al die magische energie verplaatsen en laten stromen, en het vertrouwen dat de prins geschonken had zou Fluere niet beschamen.
a
Eonen had het al gezwoegd op deze eindeloze taak en Fluere was er trots op dat de getijden van magische energie zo regelmatig waren geworden dat er stervelingen waren die klokken gemaakt hadden, gebaseerd op het harde en constante werk. Natuurlijk waren er wat rimpelingen geweest, zo hier en daar; een hart der creatie verplaatsen veroorzaakte nu eenmaal rimpelingen. Fluere had hier nooit over nagedacht, waarom zou het ook? Het had de stroming snel weer op orde, en de prachtige klokken en machines van de stervelingen waren slechts een paar seconde verkeerd.
a
Maar toch moest Fluere toegeven, al was het alleen maar voor zichzelf, dat er toch iets anders was. Iets fundamenteels, iets essentieels. De getijden waren nog steeds op tijd, alles liep nog zoals het moest lopen, maar waren de golven die het zo goed kende en zo goed beheerste nu groter dan eerst? En als dat zo was, wat betekende dat voor het lage tij dat altijd volgde op een springvloed? Voor de eerste maal vervloekte de water elementaal hun langzame gedachten. Het snapte niet wat er aan de hand was, en dus deed het wat het altijd deed. Het duwde het water, begeleide de stroming, en hoopte dat er stervelingen waren die zijn prachtige werk beter begrepen dan dat het zelf deed.
a
Wie weet was er nog genoeg tijd…….
Vrijgave: 04-08 

a
a
Teaser 5:  Wij mogen er zijn
Evelin kijkt in de spiegel, probeert de kreukels uit haar kleding te vegen en zucht tenslotte. “Is mijn kennis voldoende? Zullen mijn woorden geaccepteerd worden? Uiteindelijk ben ik maar de vertegenwoordiger van slechts één gilde.
a
Voetstappen zijn hoorbaar, er komt iemand aangelopen. “Vrouwe, uw rijtuig staat klaar. Het is tijd!”, klinkt het vanuit de deuropening.
Het is tijd. Tijd om af te reizen naar de wereld Tlaloc, naar de Vortex.
a
De bediende blijft echter staan. “Is er nog iets, Jonathan?” vraagt Evelin. “Ja, mijn vrouwe”, antwoordt de bediende aarzelend, terwijl haar naar Evelin kijkt. Haar blik verraadt haar gebrek aan geduld en Jonathan maakt zijn zin af. “Esra is gevonden.” Verbitterd, maar vooral ook bezorgd om het welzijn van haar vriendin staart Evelin naar de bediende.
a
Hoe heeft Zij haar kunnen vinden? Wij hebben haar zo goed mogelijk verborgen toen haar gift van dromen en het zien van de toekomst tot uiting kwam“.
Jonathan kijkt haar weemoedig aan, maar moet het antwoord schuldig blijven. Nog één maal kijkt Evelin in de spiegel, ditmaal meer zelfverzekerd. “Het is tijd en zeker nu is er haast geboden“.
a
In gedachten gekeerd herhaalt ze haar mantra om zichzelf moed in te spreken. “Het is…
Mijn tijd, om gehoord te worden op de Vortex als Vortexiaan!
Mijn tijd, om te delen wat ik weet!
Mijn tijd, om me te bewijzen aan de gildemeesters!
a
Ze draait zich om en loopt haar kamer uit.
a
“Ze zullen weten wat de weerslag is van hun acties op mij en de mijnen, van wat voor wereld en welk gilde ik kom. Als ik straks klaar ben, staan de gildemeesters van heel creatie aan mijn voeten met hun meesterstukken. Te lang zijn wij niet gehoord! Het is tijd….
a
en alsjeblieft… laat mij niet te laat zijn voor Esra!”
Vrijgave: 10-08 

a
a
Teaser 6:  Laatste teaser wordt verwacht op 17 augustus
Lees vooral ook alle eerdere Teasers voorafgaand het evenement nog eens door!  😀